André Antoine – godfather van de mis-en-scène

André Antoine - godfather van de mis-en-scène

Geboren op 31 januari 1858, Andre Antoine was een acteur, theatermanager, criticus, (film)regisseur en pionier op het gebied van het naturalistisch spel.

Hij is de oprichter van Théâtre Libre in Parijs,

Mis-en-scène

Hoewel monsieur Antoine de term mis-en-scène wellicht heeft gemaakt tot wat het nu is, wat hij niet de eerste die er gebruik van maakte. Het eerste gebruik van de term in haar theatrale vorm stamt uit 1833.

Er zijn verschillende definities voor, maar allen zeggen ze ongeveer hetzelfde: het ensceneren (arrangeren/schikken/positioneren) van de gehele scene (setting, decor, acteurs). Alles was je op toneel (of op beeld) ziet behoort tot de mis-en-scene en speelt een rol in het verhaal en vooral, hoe het wordt overbracht/de impact die het heeft op het publiek.

Lange tijd was het niet nodig om gebruik te maken van mis-en-scene.

Een simpele achtergrond was vaak voldoende voor een publiek om een plaats van handeling aan te duiden. Voor de acteur volstond het om een prachtig kostuum aan te hebben en gehuld in dat gewaad zijn tekst op te zeggen. Niet te vergelijken bij hoe wij nu tegen acteren en alles eromheen aankijken.

It’s all about the money…

Op de barricaden!

Antoine was in zijn tijd een fervent voorvechter van de regisseur als de artistieke leider van een gezelschap. Hoewel in omringende landen de regisseur steeds meer opkwam (Engeland, Duitsland), bleef Frankrijk vrij lang hangen in het gebrek aan een metteur-en-scéne.

 

Molière…est mord…

Op de barricaden! Part deux…

Deze is wat minder wijdverbreid…is alleen van toepassing als je backstage komt bij het New Amsterdam Theater in New York (maar ja…je weet maar nooit!).

Daar hangt, binnen naast de ingang een portret van Olive Thomas. Zij was een bekende actrice uit de tijd van de stille film. In 1920 is zij overleden aan het drinken van kwik bichloride (een antiseptisch middel dat door haar toenmalige man gebruikt werd). Het is nooit duidelijk geworden of het ging om een ongeluk, zelfmoord of moord…

De legende gaat dat zij sindsdien rondwaart in het New Amsterdam Theater. Verschillende mensen claimen haar geest gezien te hebben met een blauw flesje in haar hand (waar het middel in zou zitten) en een groene jurk dragend.

Blauw en groen…hmmm…waar heb ik dat eerder gehoord…

Haar portret hangt direct naast de ingang, zodat de cast en crew haar een goede nacht toe kunnen wensen als zij weggaan, in de hoop haar hiermee te behagen.

Olive Thomas

Invloeden…

Hoewel veel theaters hun eigen spook (of spoken) hebben, hebben ze niet allemaal die mazzel. Enter Thespis. Thespis wordt gezien als de eerste echte acteur. In het oude Griekenland trad hij als eerste vanuit het koor naar voren om een karakter te spelen.

Als er iets fout gaat in het theater (tijdens een productie of wat dan ook) en je hebt niet je eigen spook om te beschuldigen, dan is er nog altijd Thespis die je theater op dat moment even een bezoekje heeft gebracht. Met alle gevolgen van dien…

Thespis wint Beste Acteur…

Bekende werken

 

Het wordt gezien als geluk om de regisseur aan het eind van een productie een boeket bloemen te geven…gestolen van een graf…

Het symboliseert de dood (eind) van de productie. In het verleden (en afhankelijk wie je het vraagt tegenwoordig) verdienden acteurs niet heel veel. Om de regisseur toch hun waardering te tonen gaven ze hem dus een bloemetje van de begraafplaats…dus…

Waar zijn de bloemen…?

Nalatenschap
Dit bijgeloof stamt uit de tijd vóór de mechanische decorwissels enz.

Toentertijd werd alles achter de schermen (trekkenwand, enz.)
bedient met touwen en werden vaak matrozen ingehuurd om dit werk te verrichten.
Net als op een schip werden commando’s en acties middels fluitsignalen gegeven.

Als een acteur onstage of backstage zomaar aan het fluiten was, kon
dat de hele show verknallen…letterlijk soms.

Niet doen dus…

Fluiten dus…

Neem geen pauwenveer mee het toneel op…

Omdat volgens velen het patroon van de veren teveel wegheeft van een ‘evil eye’, de vloek die een ieder die deze treft ongeluk en armoede brengt. Aangezien theaters hun publiek niet met deze vloek willen opzadelen (waarschijnlijk omdat ze anders de kaartjes niet meer zouden kunnen betalen), mogen acteurs geen pauwenveren meenemen het toneel op.

Zie je het???

Afsluitend…

Bijgeloof. Van alle tijden. Binnenkort volgt er nóg een blog over bijgeloof. De volgende 7, want je dacht toch niet dat dit ze allemaal waren hé :).

Het magische ‘What If’…

Het magische 'What If'...

Een van de belangrijkste tools die een acteur heeft, is het Wat Als principe, ooit geïntroduceerd door Stanislavski (ja, die ja…)

Hoe komt ie eraan

Blijkbaar kreeg hij het idee van zijn nichtje die op een dag met hem wilde spelen en steeds vroeg: Wat Als je een prinses was, enz.

If the text is to sound like an “imitation of life”
it needs a subtext.

– John Russell Brown –

Wat is het

Het is een psycho-fysieke (is dat een woord?) benadering. Het is niet alleen maar COGNITIEF, het is niet alleen maar EMOTIE, het is niet alleen maar FYSIEK…het is een combinatie van alle drie. Anders gezegd: het is een psychologisch proces wat heel erg van binnen plaatsvindt, gekoppeld met het externe, fysieke proces (actie).

Sommigen zien het ook als oproepen hoe je als kind in een fictieve wereld kon stappen en er helemaal in opgaan. Kijk maar eens hoe overtuigend kinderen zijn als ze in hun zelfbedachte rijk complete verhalen spelen, inclusief de daarbij behorende emoties, zelfs als je ze er als onbegripvolle volwassene uit probeert te halen, dan nog blijven ze in hun spel. Ze stappen er niet zomaar uit.

De Wat Als vraag maakt het makkelijker voor een acteur om ‘in het spel’ te blijven. Zodra de scene begint ontstaat hiermee de actie-reactie cyclus. In feit hoef je niet veel meer te doen dan te reageren op je tegenspeler. Alles wat er vanaf dat moment gebeurt, hoort bij de werkelijkheid van de scene. Langzaam verdwijnt de Wat Als vraag naar je onderbewuste en kom je ‘in het moment’ terecht.

“You can kill the King without a sword and you can light the fire without a match.
What needs to burn is your imagination”

– Konstantin Stanislavski – An Actor Prepares –

Hoe werkt het

In zijn boek An Actor Prepares (deel 1 van zijn drieluik) geeft hij het volgende aan:

‘I know that everything by which I am surrounded on stage is al make-believe. But if it were real…this is how I would act…’. 

IF IT WERE REAL.

De acteur erkent in eerste instantie dat de omgeving waarin hij/zij zich bevindt niet echt is, maar onderdeel van het verhaal, van de illusie. Hij is zich dus bewust van het feit dat hij een spel speelt waar hij zelf onderdeel van uitmaakt. Echter, door na die erkenning de vraag te stellen, maar WAT ALS het echt was…dan zou ik…’

Het is bedoeld om de creativiteit en inspiratie van de acteur op te roepen…

Wat Als IK in deze situatie zou zitten…

Wat Als MIJ dit zou overkomen…

Een activator zogezegd.

De acteur geeft zichzelf als het ware toestemming om oprecht te GELOVEN in de fictieve wereld waarin hij opereert en het karakter dat hij speelt.

De Wat Als vraag zorgt ook voor gronding van de acteur, omdat het een manier is om de achtergrond van je personage verder vorm te geven en uit te diepen.

De Wat Als vraag zorgt ervoor dat je diep in de belevingswereld van je karakter duikt, door steeds de vraag te stellen: wat als…

Wat Als Mijn vader mij vroeger slecht behandelde…

Wat Als Ik altijd maar problemen zou vermijden…

De acteur wordt ook gevraagd om zijn of haar personage niet als derde persoon te benaderen, maar vanuit de eerste persoon, de IK vorm.

Het spoort hem aan tot actie…actie is doelgericht.

Wat overblijft is ‘Ik’

Eigenlijk zou de term ‘Wat Als’ de toevoeging van het woord ‘Ik’ moeten krijgen, omdat uiteindelijk de ‘Wat Als’ wegvalt en je de ‘Ik’ overhoudt…je denkt en handelt vanuit de ‘ik’ van je personage.

De ‘Wat Als’ is in eerste instantie dat deel van het proces dat voorafgaat aan de versmelting van jezelf met je personage. De ‘Ik’ is wat je overhoudt als de versmelting compleet is.

“Everyone at every minute of his life must feel something.
Only the dead have no sensations.”

– Konstantin Stanislavski – An Actor Prepares –

vector illustration

ZELF DOEN: OEFENING 1

Wat Als je het koud hebt…dan…

Doe alsof je het koud hebt…wat doe je, wat gebeurt er.
Ga vervolgens aan de slag met de Wat Als…

Wat Als Ik het koud heb.
Zeg tegen jezelf…Ik heb het koud… – registreer dit en ga ernaar handelen.

Merk je het verschil tussen de twee?

ZELF DOEN: OEFENING 2

Observeren en fantaseren.

Observeer mensen in het dagelijks leven (bijv. in de metro, de supermarkt, waar dan ook). Dan, verzin details over hun dagelijks leven en verplaats je in hun schoenen door de vraag te stellen: Wat Als…

Wat Als Ik op weg naar huis zou gaan, wetende dat er niemand is die op me wacht…

Wat Als Ik ineens verrast zou worden met een telefoontje dat ik de rol heb gekregen…

Wat Als Ik…

Kijk eens wat dat voor effect heeft op je gevoel.

“In the language of an actor to KNOW is synonymous with to FEEL”

– Konstantin Stanislavski – Creating a role

Afsluitend…

Het magische ‘What if’ dus. Hoop dat het wat duidelijk voor je is geworden.
Succes met de oefeningen en laat me weten wat jouw ervaringen zijn.

Subtekst

Subtekst (en de onlosmakelijke band met context)

Voor de duidelijkheid: in deze blog focus ik voornamelijk op de verbale subtekst (woorden), niet op de fysieke subtekst (gedrag), welke overigens zeer nauw met elkaar verbonden zijn, je zou zelfs kunnen zeggen: verstrengeld.

Een heeeele korte geschiedenis (soort van)

Het begrip subtekst is een verbastering van het Latijnse subtextere (wat onder de tekst is) en voor het eerst geïntroduceerd door de Russische neuropsycholoog Aleksandr Romanovitsj Luria (1902 – 1977) waarmee hij diepere betekenislagen wilde aanduiden, beeldspraak en figuurlijk taalgebruik.

Door Stanislavsi (inderdaad…die ja…) is de term overgenomen en gebruikte hij deze als onderdeel van zijn methode om betekenis te geven aan de ‘innerlijke acties’ en het psychologisch realisme van de acteur.

If the text is to sound like an “imitation of life”
it needs a subtext.

– John Russell Brown –

Definities

Er bestaan verschillende definities voor subtekst.
Hieronder een kleine greep uit het ‘aanbod’:

“De impliciete betekenis van een geschreven of gesproken tekst: datgene wat niet wordt uitgesproken, maar uit de tekst kan worden opgemaakt.” 

“De tekst die een personage denkt en niet uitspreekt. Vaak te zien aan mimiek of fysieke expressie.”

“Het geheel van onderliggende verborgen gegevens, bedoelingen, motieven enz. die
niet in de vaststaande toneeltekst, behalve in de neventekst aanwezig zijn.”

Hoewel ze alle drie op hun eigen wijze subtekst beschrijven, is de essentie hetzelfde: De tekst is het oppervlak. De subtekst is de diepere laag, de emotionele lading, de intentie van het karakter, welke is opgebouwd uit verschillende onderdelen, zoals:

  • emotionele staat
  • verlangens
  • doelen        
  • metaforen
  • interpretatie
  • enz.

Polonius: “What do you read my lord!”
Hamlet: “Words, words, words -“

– William Shakespeare – Hamlet –

Het gaat dus om de tekst

De woorden.
Deze vul je met de boodschap die je wilt overbrengen.

De woorden zonder de boodschap zijn namelijk niet meer dan dat. Woorden. Lege hulsels die, zoals hierboven al beschreven, pas lading krijgen als je deze vult met jouw gedachten en ze gewicht, intentie en richting meegeeft.

Als je dat niet zou doen, dan blijf je alleen maar bezig aan het oppervlak, terwijl het in spel vooral gaat om datgene wat zich onder het oppervlak bevindt.

De boodschap (dat wat je meegeeft) hangt af van jouw karakter, de situatie waar deze zich in bevindt en diens motivatie.

Een voorbeeld

Voorbeeld van een korte dialoog:

A: Hoe laat is het?
B: Elf uur.

Het eerste wat je doet is nadenken over de betekenis van de woorden en de (fysieke) acties die je doet. WAAROM zeg en DOE je iets. Dit heeft te maken met je motivatie.
En je motivatie heeft weer te maken met het doel. Welk doel wil je (of beter gezegd: jouw personage) bereiken.

Voor het gemak laten we de fysieke actie (DOE) even achterwege.

Als we de dialoog in een scene zetten zou het bijvoorbeeld iets kunnen zijn als:

Twee leerlingen zitten in een supersaaie les.

De subtekst
van de dialoog kan dan bijvoorbeeld zijn:

A: Kan het alsjeblieft over zijn!
B: Nog heel even volhouden…

Als we de scene wijzigen naar:

Een hevig verliefd stelletje op een bankje in het park

De subtekst kan dan zijn:

A: Ik moet eigenlijk naar huis
B: Het is nog vroeg

Beide scenes maken gebruik van dezelfde dialoog, maar de subtekst is compleet anders.

De situatie is anders, waar je motivatie anders zal zijn, wat invloed heeft op je gedachtegang, waardoor ook je intentie zal veranderen.

Wat je in bovenstaande voorbeelden goed terugziet, is dat door de extra informatie die de scène verschaft, er context gecreëerd wordt (plek, staat van zijn, enz.) Hoewel subtekst in eerste instantie gaat om het vullen van het gesproken woord, kan deze (mijns inziens) niet bestaan, zonder de toevoeging van context.

“For me really good acting is about subtext.”

– Clive Owen –

Hoe zit het dan met Context

De context is de totale omgeving waarin iets zijn betekenis krijgt en heeft alles te maken met de setting; de relaties, de dynamiek, machtsverhouding(en), de regels van
de wereld waarin je je bevindt. In het spel kan de context op diverse manieren tot uiting komen. Het kunnen de omstandigheden zijn waarbinnen de situatie waarin je je bevindt zich afspeelt.

Het kan een greep naar het verleden zijn waar de tekst naar refereert, achtergrondinformatie, enz.

Kijkend naar het script gaat het ook om de letterlijke tekst; de betekenis van bepaalde
woorden en hoe deze worden beïnvloed/veranderd door de woorden eromheen.

De context is grotendeels verantwoordelijk voor het ‘wereldbeeld’ van het personage en schept daarmee (afhankelijk van de situatie) de contouren voor de subtekst.

Voorbeeld: herinner je de eerder beschreven voorbeelden nog?

Laten we aan het eerste voorbeeld eens wat extra context, in dit geval achtergrondinformatie toevoegen:

1: Twee leerlingen zitten in een supersaaie les.

Leerling A heeft net ongenadig op zijn donder gehad, omdat hij/zij voor de zoveelste keer op zijn mobiele telefoon zat. Heeft deze moeten inleveren.

De dialoog is hetzelfde:

A: Hoe laat is het?
B: Elf uur.

De subtekst kan door de toevoeging van de extra informatie veranderen in:

A: Ik word gek, ik wil mijn telefoon terug!
B: Doe rustig, anders krijg je nog meer problemen…

vector illustration

ZELF DOEN: OEFENING 1

Voeg zelf eens meer context toe aan het 2e voorbeeld:

2: Een hevig verliefd stelletje op een bankje in het park

Hoe beïnvloed dat de subtekst? En wat zou de subtekst kunnen zijn?

ZELF DOEN: OEFENING 2

Hieronder volgt nog een kleine dialoog:

A: Hoe gaat het met je?
B: Goed hoor.

Gebruik voor deze dialoog dezelfde situaties als bij het voorbeeld hierboven (met en zonder de toegevoegde context) en kijk eens wat het met de dialoog doet. Als je dat gedaan hebt, bedenk dan eens zelf verschillende situaties waarbinnen deze dialoog gespeeld kan worden.

Merk je hoe de subtekst verandert en invloed heeft op de relatie tussen de personages?

“What’s that smell?”
“Subtext, by Calvin Klein”

– Legally Blonde –

Afsluitend…

Subtekst dus. Hoop dat het wat duidelijk voor je is geworden.
Succes met de oefeningen en laat me weten wat jouw ervaringen zijn met subtekst.